NIEUWS
FILMS
ARCHIEF
FORUM
LINKS
CONTACT


Een maandelijkse gastcolumn van een filmmaker of filmliefhebber met zijn, of haar, mening over horror van eigen bodem.

Barend de Voogd studeerde vrije kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Als filmjournalist werkt(e) Barend voor o.a. de Filmkrant, Preview en Filmvalley. Sinds 2005 is hij redactielid van Schokkend Nieuws, het enige Nederlandstalige magazine voor horror, sciencefiction, thrillers en cultfilms, Sinds 2007 is Barend daarnaast programmeur van het Imagine Film Festival Amsterdam, voorheen het Amsterdam Fantastic Film Festival. Het blijft niet alleen bij schrijven over film. In 2007 schoot Barend zijn eerste korte horrorfilm getiteld Import, gevolgd door de politiethriller Vera en het Engelstalige Zombeer, die hij samen maakte met Rob van der Velden. En Barend schreef het scenario voor de lange speelfilm Bijlmer Voodoo, die Erwin van den Eshof zal gaan regisseren voor het nieuwe productiebedrijf House of Netherhorror.


NEDERHORRORDOGMA 2010
Door Barend de Voogd

Is de horrorfilm kunst of commercie? Mark Weistra en Jan Doense voerden in de voorgaande gastcolumns een discussie die niet helemaal nieuw is. Het antwoord is een open deur: beiden natuurlijk. Horror is, zoals Jan terecht zegt, een 'retecommercieel' genre, maar Mark heeft ook volkomen gelijk wanneer hij stelt dat er geen genre is waarin regisseurs zó gedwongen worden hun talent te bewijzen als visueel vertelkunstenaar.

De spanning tussen die twee standpunten - ook in dit geval niet geheel toevallig verwoord door een regisseur enerzijds en een producent anderzijds - zorgde voor enkele van de beste films in het genre. Producent Val Lewton hanteerde in de jaren veertig een ijzeren commerciële formule (' A love story, three scenes of suggested horror and one of actual violence.') en daarmee daagde hij Jacques Tourneur uit om geniale horrorfilms te maken als Cat People en I Walked With a Zombie.

Commercie daagt de kunst uit.

Dat is niet altijd waar natuurlijk, er zijn genoeg rampzalige films gemaakt die nooit wisten uit te stijgen boven commerciële calculatie, maar het gold in ieder geval voor de goede horrorfilms. En het lijkt me als maker ook de enige productieve werkhypothese.

Beperking stimuleert. Om tot nieuwe dingen te komen.

Dat is ook, waarom ik zo'n warm voorstander ben van allerhande amateurfilmproducties. Jan heeft het expliciet over Pathé-theaters en Mark heeft het impliciet ook over professionele filmmakers. Mijn stelling is echter dat Nederhorror nooit geboren zal worden zonder een brede subcultuur van enthousiaste amateurs.

Dat bedoel ik allereerst praktisch. Nederland heeft gelukkig al een netwerkje van alternatieve bioscopen - Broet! in Eindhoven, Cavia in Amsterdam, Vera in Groningen - waar films (bijna) voor niks vertoond en gezien kunnen worden. Nederland heeft een paar special effects mensen - H.C. Works, Suzie Terror - waarvan iedere beginnende horrormaker profiteert. En Nederland heeft ook een paar media - Nederhorror.nl, Schokkend Nieuws, de Nachtvlinders - waar iedereen zijn of haar informatie kan delen. Zo leren we van elkaar.

Als er ooit een Nederlandse Wes Craven opstaat - hypercommercieel en toch een aantal keren beslissend vernieuwend geweest - dan is de kans groot dat hij (of zij) daar is begonnen: in onze kleine subcultuur, onze Nederwereld. Het loont de moeite om die festivals, bioscoopjes, websites en mensen te steunen.

Maar het zou vooral ook inhoudelijk kunnen zijn: nieuwe mensen die er het beste van maken met minimale middelen - dat zou spectaculaire dingen moeten opleveren. De amateurselectie heeft geen last van censureerde studio's, lastige producenten met commerciële agenda's of bemoeizuchtige fondsen die liever kunstfilms maken. We zijn vrij. We kunnen doen wat we willen.

Waarom maken zoveel beginnende horrorregisseurs dan toch steeds weer dezelfde zombiefilm? Waarom zie je mensen steeds dezelfde fouten maken? Waar blijven de briljante low-budget ideeën?

Misschien hebben we een soort spelregels nodig. Een Dogma 95 voor Nederlandse amateur horrorproducties. Opnieuw: beperking stimuleert. De regels die Lars von Trier, Thomas Vinterberg en nog wat regisseurs in 1995 formuleerden waren behoorlijk willekeurig, maar zorgden wel voor frisse ideeën.

Ik doe, met een knipoog natuurlijk, een voorzetje. De achtste regel van Dogma 95 was 'Genrefilms zijn uitgesloten'. Dat is dan meteen de eerste voor ons:

1. Alleen genrefilms zijn toegestaan!

2. Het verhaal en de personages moeten Nederlands zijn.

3. Het verhaal mag zich in ieder tijd afspelen - het heden, 1534 of 2156 - maar niet in een tijdloze, anonieme ruimte.

4. Er moet een verhaal verteld worden. Geen gemakkelijk sfeerdingetje, geen grap rond een prop of special effect en ook geen moeilijk gedoe met tijdsparadox of cirkelvertelling. Gewoon, drie aktes: begin, middenstuk, eind. Spendeer evenveel tijd aan je scenario, als je aan je productie denkt te gaan besteden.

5. Een vijfjarige moratorium op zombies, bijlmoordenaars en enge clowns. Ga nou eerst maar een tijdje vampiers en wolfmannen filmen. Probeer eens suspense in plaats van gore.

6. De film mag zich niet afspelen in verlaten fabriekshallen, leegstaande huizen, verlaten bunkers of andere clichélocaties.

7. Spiek Dutsj. Engelstalige Nederhorror getuigt van zelfoverschatting, maakt het de acteurs en regisseur twee keer zo moeilijk en is meestal ook een ramp voor het publiek.

8. Typecast. Als je geen geld hebt voor goede acteurs, kies dan een grote getatoeëerde amateur om voor uitmijter te spelen. Cameo's zijn ten strengste verboden. Vooral die met Lloyd Kaufman.

9. Hou het kort. Voorts zijn hevige kleurcorrecties en nep-filmkabels, spoelfouten en brandvlekken (het Grindhouse-effect) verboden. Die grap kennen we nu wel.

10. Laat je film zien. Laat je scenario lezen. Laat je horen in onze Nederwereld.

Volgende maand: Steven Friedman

www.nederhorror.nl | www.duistere-openbaringen.net