NEDERHORRORDOGMA
2010
Door Barend de Voogd
Is
de horrorfilm kunst of commercie? Mark Weistra en
Jan Doense voerden in de voorgaande gastcolumns een
discussie die niet helemaal nieuw is. Het antwoord
is een open deur: beiden natuurlijk. Horror is,
zoals Jan terecht zegt, een 'retecommercieel'
genre, maar Mark heeft ook volkomen gelijk wanneer
hij stelt dat er geen genre is waarin regisseurs
zó gedwongen worden hun talent te bewijzen
als visueel vertelkunstenaar.
De
spanning tussen die twee standpunten - ook in dit
geval niet geheel toevallig verwoord door een
regisseur enerzijds en een producent anderzijds -
zorgde voor enkele van de beste films in het genre.
Producent Val Lewton hanteerde in de jaren veertig
een ijzeren commerciële formule (' A love
story, three scenes of suggested horror and one of
actual violence.') en daarmee daagde hij Jacques
Tourneur uit om geniale horrorfilms te maken als
Cat People en I Walked With a Zombie.
Commercie
daagt de kunst uit.
Dat
is niet altijd waar natuurlijk, er zijn genoeg
rampzalige films gemaakt die nooit wisten uit te
stijgen boven commerciële calculatie, maar het
gold in ieder geval voor de goede horrorfilms. En
het lijkt me als maker ook de enige productieve
werkhypothese.
Beperking
stimuleert. Om tot nieuwe dingen te
komen.
Dat
is ook, waarom ik zo'n warm voorstander ben van
allerhande amateurfilmproducties. Jan heeft het
expliciet over Pathé-theaters en Mark heeft
het impliciet ook over professionele filmmakers.
Mijn stelling is echter dat Nederhorror nooit
geboren zal worden zonder een brede subcultuur van
enthousiaste amateurs.
Dat
bedoel ik allereerst praktisch. Nederland heeft
gelukkig al een netwerkje van alternatieve
bioscopen - Broet! in Eindhoven, Cavia in
Amsterdam, Vera in Groningen - waar films (bijna)
voor niks vertoond en gezien kunnen worden.
Nederland heeft een paar special effects mensen -
H.C. Works, Suzie Terror - waarvan iedere
beginnende horrormaker profiteert. En Nederland
heeft ook een paar media - Nederhorror.nl,
Schokkend Nieuws, de Nachtvlinders - waar iedereen
zijn of haar informatie kan delen. Zo leren we van
elkaar.
Als
er ooit een Nederlandse Wes Craven opstaat -
hypercommercieel en toch een aantal keren
beslissend vernieuwend geweest - dan is de kans
groot dat hij (of zij) daar is begonnen: in onze
kleine subcultuur, onze Nederwereld. Het loont de
moeite om die festivals, bioscoopjes, websites en
mensen te steunen.
Maar
het zou vooral ook inhoudelijk kunnen zijn: nieuwe
mensen die er het beste van maken met minimale
middelen - dat zou spectaculaire dingen moeten
opleveren. De amateurselectie heeft geen last van
censureerde studio's, lastige producenten met
commerciële agenda's of bemoeizuchtige fondsen
die liever kunstfilms maken. We zijn vrij. We
kunnen doen wat we willen.
Waarom
maken zoveel beginnende horrorregisseurs dan toch
steeds weer dezelfde zombiefilm? Waarom zie je
mensen steeds dezelfde fouten maken? Waar blijven
de briljante low-budget ideeën?
Misschien
hebben we een soort spelregels nodig. Een Dogma 95
voor Nederlandse amateur horrorproducties. Opnieuw:
beperking stimuleert. De regels die Lars von Trier,
Thomas Vinterberg en nog wat regisseurs in 1995
formuleerden waren behoorlijk willekeurig, maar
zorgden wel voor frisse ideeën.
Ik
doe, met een knipoog natuurlijk, een voorzetje. De
achtste regel van Dogma 95 was 'Genrefilms zijn
uitgesloten'. Dat is dan meteen de eerste voor
ons:
1.
Alleen genrefilms zijn toegestaan!
2.
Het verhaal en de personages moeten Nederlands
zijn.
3.
Het verhaal mag zich in ieder tijd afspelen - het
heden, 1534 of 2156 - maar niet in een tijdloze,
anonieme ruimte.
4.
Er moet een verhaal verteld worden. Geen
gemakkelijk sfeerdingetje, geen grap rond een prop
of special effect en ook geen moeilijk gedoe met
tijdsparadox of cirkelvertelling. Gewoon, drie
aktes: begin, middenstuk, eind. Spendeer evenveel
tijd aan je scenario, als je aan je productie denkt
te gaan besteden.
5.
Een vijfjarige moratorium op zombies,
bijlmoordenaars en enge clowns. Ga nou eerst maar
een tijdje vampiers en wolfmannen filmen. Probeer
eens suspense in plaats van gore.
6.
De film mag zich niet afspelen in verlaten
fabriekshallen, leegstaande huizen, verlaten
bunkers of andere clichélocaties.
7.
Spiek Dutsj. Engelstalige Nederhorror
getuigt van zelfoverschatting, maakt het de acteurs
en regisseur twee keer zo moeilijk en is meestal
ook een ramp voor het publiek.
8.
Typecast. Als je geen geld hebt voor goede acteurs,
kies dan een grote getatoeëerde amateur om
voor uitmijter te spelen. Cameo's zijn ten
strengste verboden. Vooral die met Lloyd
Kaufman.
9.
Hou het kort. Voorts zijn hevige kleurcorrecties en
nep-filmkabels, spoelfouten en brandvlekken (het
Grindhouse-effect) verboden. Die grap kennen we nu
wel.
10.
Laat je film zien. Laat je scenario lezen. Laat je
horen in onze Nederwereld.